Open stemt tegen uitbreiding veehouderij

OPEN stemt niet in met uitbreiding veehouderij aan Nieuwe Steeg in Leersum

15 december 2018

De fractie OPEN heeft zich in de afgelopen jaren stevig verdiept in het voorstel om het bestemmingsplan van de veehouderij aan de Nieuwe Steeg in Leersum te wijzigen, waardoor uitbreiding mogelijk zou worden. We hebben meerdere gesprekken met betrokkenen gevoerd, het bedrijf bezocht, aan diverse beeldvormende vergaderingen deelgenomen en ook intern hebben we er de nodige uurtjes over gesproken. Uiteindelijk zijn wij tot de slotsom gekomen dat wij het geen gewenst plan vinden.

Onze argumentatie loopt via vijf hoofdlijnen.

  1. Juridische houdbaarheid
    De uitbreiding van de veehouderij op die plaats gaat in tegen de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2016. Er zijn geen indicaties dat de provincie de gemeente niet zal houden aan deze regels.
  2. Participatie
    Voor de gemeenteraad is het uitgangspunt bij wijzigingen van activiteiten en bestemmingen, dat de initiatiefnemer via een goed en gedragen traject de omgeving meeneemt in de beoogde ontwikkelingen. Dit heeft naar ons oordeel niet voldoende plaats gevonden.
  3. Omgevingsvisie
    De Nieuwe Steeg in Leersum vormt de grens van woningbouw en agrarische activiteit. Het is een zogenoemd verwevingsgebied. Het karakter van dit gebied laat niet toe dat er een grootschalige agrarische activiteit plaats vindt, zoals nu gevraagd wordt.
    De gemeente zal op basis van de Omgevingswet voor dit gebied participatief een omgevingsvisie moeten opstellen, waarin de huidige activiteiten in combinatie met wonen in een goede balans verder kunnen. Scenario’s met bijvoorbeeld duurzame energieopwekking zijn voor ons zeker opties. Maar momenteel is die omgevingsvisie er dus nog niet.
  4. Gezondheid
    Door de diverse soorten van uitstoot (fijnstof, ammoniak, geur) wordt de gezondheid van de natuur en die van mensen negatief beïnvloed. Ook het klimaat en de biodiversiteit komen in het geding.
    Al vaak is aan de orde geweest of de voorgestelde maatregelen voldoende zijn om die uitstoot tot onder het huidige niveau terug te dringen. Voor ons vormen de gezondheidsrisico’s van dit plan een groot punt van zorg.
  5. Toekomst
    Tot slot is er bij onze fractie ook grote twijfel over de toekomstbestendigheid van intensieve, grootschalige vleesproductie en vleesconsumptie. Wat OPEN betreft is deze casus daarom een aanleiding om snel met elkaar het gesprek aan te gaan over een toekomstbestendige voedselagenda voor onze gemeente. In ons Raadsprogramma hebben we dat al met elkaar afgesproken. En ook het College verwees daarnaar bij de beantwoording van onze schriftelijke vragen.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid
Een voedselagenda is een plan voor een duurzame en gezonde voedselketen in onze gemeente, dus van productie tot consumptie. Bij het gesprek over een toekomstbestendige voedselagenda willen we alle schakels in de keten betrekken. Want voedselkeuzes zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de hele keten: van producent tot consument, en iedereen die daar tussen zit. Dit vraagt dus ook van inwoners een grote bewustwording en betrokkenheid bij hun voedselvoorziening.

OPEN wil zich in de komende tijd graag inzetten voor dit proces om tot een lokale voedselagenda te komen!

– Joost Scheltinga en Ernst Hart

Amendement van fracties voor Nieuwe Steeg 16-12-18

Alle fracties , uitgezonderd de SGP, hebben een amendement getekend wat gevoegd wordt bij het voorstel bestemmingsplan Nieuwe Steeg

 

                                                    

                              

 

Amendement Nieuwe Steeg 4-8a Leersum

De raad, in vergadering bijeen op 17 december ter bespreking van het raadsvoorstel vaststellen gewijzigd bestemmingsplan Nieuwe Steeg 4-8a Leersum (nummer 2018-061);

Constaterende dat:

  • in dit raadsvoorstel wordt voorgesteld om toestemming te verlenen aan een varkenshouder om zijn bedrijf te vergroten;
  • dit betekent dat zijn veestapel groeit van 240 koeien naar 396 melkkoeien en 55 jongvee en van ongeveer 3000 vleesvarkens, zeugen en gespeende biggen naar ongeveer 6000 biggen en vleesvarkens
  • de veehouder de uitbreiding wil realiseren op een bestaande intensieve veehouderij op minder dan 200 meter van een woonwijk;
  • mede ook volgens het college intensieve veehouderijen thuishoren in landbouwontwikkelingsgebieden;
  • er naast de veehouder op een afstand van minder dan 200 meter ook aan de Nieuwe Steeg reeds een varkenshouderij is gevestigd met ongeveer 4000 varkens;
  • deze twee bedrijven reeds geur- en geluidsoverlast produceren;
  • de uitstoot van fijnstof, ammoniak en geur toeneemt zoals o.a. blijkt uit de schriftelijke beantwoording van het college op pagina 40 (vraag van de CU) van bijlage bij de memo die 15 november 2018 aan de raad is gestuurd en de mondelinge beantwoording tijdens de beeldvorming op de vraag van de VVD;
  • veel inwoners uit de directe omgeving zich grote zorgen maken over de gezondheidsrisico’s;
  • de te gebruiken combiluchtwassers uit een rapport Evaluatie geurverwijdering door luchtwassystemen bij stallen (maart 2018) veel minder efficiënt blijken te zijn dan waarmee bij de geurberekeningen rekening is gehouden waardoor de geurbelasting veel hoger uitpakt;
  • er veel zienswijzen zijn ingediend waarin men zich uitspreekt tegen de voorgenomen planontwikkeling
  • er geen MER is gemaakt;

Overwegende dat:

  • de raad beleidsvrijheid heeft bij zijn besluitvorming over de vaststelling van bestemmingsplannen;
  • er in maart 2015 een anterieure overeenkomst is gesloten tussen de initiatiefnemer en de gemeente met een aanvulling hierop in december 2016 over de voorliggende planontwikkeling. Het college van B&W heeft hierin een inspanningsverplichting op zich genomen om de planontwikkeling planologisch-juridisch mogelijk te maken. Dit houdt onder andere in dat de gemeenteraad volledig haar publiekrechtelijke verantwoordelijkheid behoudt ten aanzien van het publiekrechtelijke besluitvormingsproces. Hiermee rekening houdend kan de raad een andere afweging maken dan die destijds bij het sluiten van de anterieure overeenkomst is voorzien;
  • voor een dergelijke uitbreiding van een intensievere veehouderij alleen maar plaats is in een landbouwontwikkelingsgebied;
  • dit plan in strijd is met artikel 2.1, lid 4 van de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV herijking 2016), omdat het plan voorziet in een bouwperceel dat groter is dan 1,5 ha en de PRV herijking 2016 niet voorziet in een overgangsrecht. Aangezien het gaat om een intensieve (niet-grondgebonden) veehouderij kan een uitbreiding van het bouwperceel tot maximaal 2,5 ha alleen plaatsvinden in een landbouwontwikkelingsgebied. Het plangebied ligt niet in een landbouwontwikkelingsgebied. Daardoor voldoet het plan ook niet aan artikel 2.1, lid 6 van de PRV herijking 2016. De raad moet de PRV herijking 2016 bij zijn besluitvorming in acht nemen, waardoor de PRV herijking 2016 aan vaststelling van dit bestemmingsplan in de weg staat;
  • door het toestaan van deze uitbreiding van de intensieve veehouderij op deze locatie de uitstoot van fijnstof, geur en ammoniak hoger worden;
  • de geurbelasting in het plan volgens de aanmeldnotitie MER beoordeling weliswaar daalt voor de omwonenden, maar boven de wettelijke norm van 3 ouE blijft;
  • er een uitstoot op veertien meter hoogte via afvoerpijpen nodig is om de geurbelasting in de directe omgeving te verlagen, welke hoogte niet is toegestaan in het huidige bestemmingsplan. Bijkomend punt is dat de afvoerpijpen flink zullen uitsteken boven de stallen;

BESLUIT

Het voorgestelde besluit te vervangen door de volgende tekst:
het bestemmingsplan “Nieuwe Steeg 4 – 8a, Leersum” niet vast te stellen.

VVD – Ron van der Laan
BVH – Francine van der Velde
CDA – Werner van Katwijk
CU – Dick Karssen
OPEN – Joost Scheltinga
D66 – Hugo Prakke

 

VVD stemt tegen uitbreiding van Varkensstal Nieuwe Steeg

VVD stemt tegen uitbreiding varkensstal Nieuwe steeg

Door Ron van der Laan op 12 December 2018

Aan de rand van Leersum wil de eigenaar van een intensieve veehouderij zijn bedrijf grofweg verdubbelen en daarvoor een nieuwe varkensstal bouwen. Indien het plan zou worden goedgekeurd ontstaat er één van de grootste veehouderijen van de provincie Utrecht met 450 melkkoeien en 6000 varkens. Omdat het huidige bestemmingsplan deze ontwikkeling niet toestaat, heeft het vorig college besloten medewerking te verlenen aan het wijzigen van het bestemmingsplan en als zodanig te willen toestaan dat intensieve veeteelt zo dicht tegen de rand van Leersum wordt gerealiseerd. De omwonenden van deze varkenshouderij maken zich grote zorgen over hun gezondheid en zijn daarom ook fel tegen deze ontwikkeling.

De VVD fractie is tegen het plan om deze bestaande varkens- en melkveehouderij zijn veestapel grofweg te laten verdubbelen omdat die pal aan een woonwijk grenst. Tevens bevindt zich op 100 meter afstand ook al grote varkenshouderij met 4000 varkens. Een groot deel van de wijk ondervindt nu al overlast in de vorm van geur en fijnstof. Meer overlast willen zij en de VVD niet.
De beoogde bouw van een grote stal met daarop metershoge schoorstenen, deze zijn nodig om de hogere uitstoot van ammoniak, geur en fijnstof over een groter gebied te verspreiden, tasten het mooie landschap aan. Daarnaast vindt de VVD dat intensieve veehouderij niet thuis hoort zo dicht tegen een kern maar binnen een LOG (landbouwontwikkelingsgebied). Dat is de locatie aan de nieuwe steeg duidelijk niet.

Ten slotte voldoet het plan niet aan de PRV herijking 2016. De Provinciale Ruimtelijke Verordening staat een dergelijke uitbreiding van het bedrijf eenvoudigweg niet toe. Dit is ook als zodanig door het college in het raadsvoorstel benoemd.

De VVD fractie heeft zich de afgelopen twee jaar, maar vooral in 2018, uitvoerig in deze kwestie verdiept door onder andere verschillende keren met zowel de initiatiefnemer en de omwonenden in gesprek te gaan. Naast deze gesprekken hebben wij ook een goed beeld kunnen vormen van de beeldvormende bijeenkomsten in de Binder en in het Cultuurhuis in Doorn. Wij zijn dan ook van mening dat deze ontwikkeling aan de Nieuwe Steeg in Leersum ongewenst is en zullen dan ook het raadsvoorstel niet steunen.

Namaak luchtwassers zorgen juist voor overlast 9-11-2018

https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2241505-namaak-luchtwassers-bij-varkensboeren-zorgen-juist-voor-meer-stankoverlast.html

Veel apparaten die de overlast van varkensstallen moeten beperken, zijn nagemaakt. Dat zeggen verschillende (oud-)fabrikanten van zogeheten luchtwassers. Dat zou één van de verklaringen zijn voor het slecht functioneren van de luchtwassers, zoals onlangs werd vastgesteld in een onderzoek van de Universiteit Wageningen.

Wat is er aan de hand? Varkensboeren zijn verplicht om zoveel mogelijk te doen om de stankoverlast voor hun omgeving te beperken. Met een luchtwasser kan letterlijk de geur uit de lucht worden gewassen. Lucht die de varkensstal verlaat, gaat eerst door een wasser en dan naar buiten.

Als een varkensboer aantoont dat hij een luchtwasser gebruikt, kan hij een vergunning krijgen voor het houden van een bepaald aantal varkens. Inmiddels staan er zo’n 2500 luchtwassers bij varkensstallen in Limburg, Gelderland en Brabant.

Video afspelen

11:35

‘Namaak luchtwassers bij varkensboeren zorgen juist voor meer stankoverlast’

Luchtwassers zijn een soort wasstraten voor lucht. Globaal gezien zijn er drie types: chemische, biologische en gecombineerde luchtwassers. Die laatste zou het beste van beide werelden moeten hebben. In de gecombineerde luchtwasser wordt lucht van de varkensstal naar buiten geventileerd. De lucht gaat in eerste instantie door een watergordijn heen, dan wordt het stof uit de lucht gefilterd en vervolgens gaat de lucht door een filterpakket, dat continu wordt bevochtigd met waswater. Daarin zitten ook bacteriën, en die breken ammoniak en geurdeeltjes af. En vervolgens gaat de ‘gewassen’ lucht naar buiten toe.
Begin april verscheen een rapport van de Wageningen Universiteit. Uit een steekproef onder 29 combi-luchtwassers bleek dat de wassers niet doen wat er wordt beloofd. De luchtwassers reduceren gemiddeld slechts 40 procent in plaats van de beloofde 85 procent van de stank.

Staatssecretaris Stientje van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat kondigde daarom direct nieuwe milieuregels voor varkenshouders aan. Die strikte milieugrenzen maken uitbreiding of nieuwbouw voor varkensboeren nu bijna onmogelijk en dat leidt tot onrust.

‘Er zijn cowboys op de markt’

Het rapport van de Wageningen Universiteit geeft geen antwoord op de vraag waarom de luchtwassers niet goed werken. Eén van de suggesties is dat het te maken heeft met het onderhoud van de apparaten. Maar een rondgang langs leveranciers en (oud)fabrikanten levert nog een inzicht op: veel luchtwassers zijn in slechtere versies nagemaakt.

Er bestaat geen certificering voor de markt van luchtwassers. De overheid heeft de regels voor bewust niet opgesteld om concurrentie een kans te geven. Fabrikanten kunnen elkaars luchtwasser namaken aan de hand van de openbare systeembeschrijving. Maar dat wil niet zeggen dat het namaken ook goed gebeurt.

Nederland telt ruim twaalf miljoen varkens, dat aantal is al jaren stabiel. Het aantal varkensboeren is sinds 2000 afgenomen van bijna 15.000 naar ruim 4000. Het aantal varkens per boer is dus fors toegenomen. De stankoverlast zorgt voor gezondheidsproblemen, zoals luchtwegenklachten. Vooral in Noord-Limburg en Oost-Brabant, waar de concentratie van varkens het hoogst is.

“Bij de boeren is de luchtwasser feitelijk een ongewenst product, het kost ze geld, maar ze moeten het van de overheid aanschaffen. Er zijn een paar betrouwbare partijen in de markt, maar er zijn ook cowboys. Die dus misbruik maken van het feit dat het een ‘opgedrongen’ product is en snel geld willen verdienen,” vertelt Bram Claassen. Samen met zijn broer levert hij luchtwassers, maar doet ook het onderhoud van luchtwassers van andere leveranciers.

Hij ziet regelmatig zaken die niet kloppen. “Bijvoorbeeld dat er maar een filterpakket van 60 cm inzit, terwijl dat eigenlijk anderhalve meter moet zijn. Dat is nog minder dan de helft. Dan is het logisch dat de reducties van 85 procent bij lange na niet worden gehaald.”

Patrick Sanders, oud-directeur van producent Uniqfill, ontwikkelde in 2009 de combi-geurwasser met de grootste prestatie: 85 procent geur- en ammoniak-reductie. Het apparaat kreeg goedkeuring van de overheid, een zogenoemd BWL-nummer. Boeren die het apparaat kochten, kregen op basis van het BWL-nummer een vergunning.

Hoe zit het met de certificering?

Als een fabrikant een goed werkend systeem op de markt brengt, heeft dat veel tijd en geld gekost. Maar vervolgens wordt de systeembeschrijving (een zogenaamd ‘leaflet’) van het product gedeeld en kan iedereen de wasser namaken. De vraag is dan ook: waarom is er geen goed certificeringssysteem voor deze producten? En waarom kan iedereen de systeemnummers voor de producten – een zogenaamd BWL-nummer – vrijuit gebruiken? Op die vragen geeft het ministerie van Landbouw Nieuwsuur geen antwoord.

“Waar wij destijds absoluut niet blij mee waren, was dat die certificering door de overheid werd vrijgegeven voor het product dat wij hadden ontwikkeld. Omdat ze meer concurrentie onder de fabrikanten wilden, om die dingen goedkoper te maken. We hadden een hoop geld geïnvesteerd maar iedereen kon het namaken en met ons BWL nummer aan de haal gaan.”

Gevolg is dat boeren met dure apparaten zitten die onvoldoende werken en er voor omwonenden meer stank is dan er op papier getolereerd wordt. Bovendien zijn er vergunningen verleend op basis van verkeerde aannames.

“We wisten dat dit ging gebeuren,” zegt Klaas Wubs, oud-producent van luchtwassers. Volgens hem heeft de overheid de problemen zelf in de hand gewerkt. “Ik heb hier met een collega-fabrikant tegen geageerd bij de overheid. We zeiden: dit leidt tot namaak, tot niet goedwerkende luchtwassers. Maar daar wilde men niks van weten.”

 

 

Geurreductienorm zet ruim honderd aanvragen klem 9-11-2018

Geurreductienorm zet ruim honderd aanvragen klem

VARKENS  ILONA LESSCHER  08 NOV 2018 OM 07:35UUR

Van de globaal tweehonderd lopende aanvragen van veehouderijbedrijven kan ongeveer de helft wel worden vergund al zijn de geurreductiepercentages van combiluchtwassers aangepast. Dat blijkt uit een inventarisatie van het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging Nederlandse Gemeenten.

Eind juli paste staatssecretaris Van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat de geurreductiepercentages van combiluchtwassers in de Regeling geurhinder en veehouderij aan. In situaties waar de nieuwe norm wel een probleem oplevert zijn gemeenten of provincies met veehouders in gesprek om te zien of een aangepaste aanvraag mogelijk is zodat een vergunning toch mogelijk wordt.

Van Veldhoven verwacht hier in de komende maanden meer duidelijkheid over en komt daar dan bij de Tweede Kamer op terug. De staatssecretaris heeft aan Wageningen University & Research opdracht gegeven nader onderzoek te doen om te achterhalen hoe het ammoniak- en geurrendement van combiluchtwassers te verbeteren is. Het onderzoek zal eind 2019 worden afgerond.

Oplossing

De eerste deelresultaten worden naar verwachting begin 2019 bekend. De staatssecretaris kijkt ook naar mogelijkheden voor een proefstalregeling geur. Wellicht biedt dit een oplossing voor een deel van die gevallen die nu niet in aanmerking komen voor een vergunning terwijl dat op basis van de oude emissiefactoren wel het geval zou zijn, stelt de staatssecretaris.

De POV en LTO Nederland hebben via een gezamenlijke reactie aangegeven dat gecombineerde luchtwassers, mits goed uitgevoerd en onderhouden, hogere reducties kunnen halen dan waarmee nu in de Regeling geurhinder en veehouderij rekening is gehouden. De POV wil met een plan van aanpak komen waarmee dit voor deze luchtwassystemen gewaarborgd kan worden aangetoond.

Kwaliteitsborgen

Van Veldhoven zegt hier met belangstelling naar uit te zien. Wanneer ze het plan op tijd ontvangt en dit ook van kwaliteitsborgen is voorzien, zal zij de commissie Biesheuvel vragen dit mee te nemen in het onderzoek dat momenteel loopt.
De commissie Biesheuvel inventariseert in opdracht van de staatssecretaris maatregelen die geurhinder op korte termijn kunnen verminderen en maatregelen die een bijdrage kunnen leveren aan een robuust geurbeleid voor de langere termijn.

Minimumeisen voor luchtkwaliteit

Van Veldhoven is met minister Schouten van Landbouw in overleg om goede luchtkwaliteit ook mee te nemen bij de stalbeoordeling ammoniakemissie. Bij de beoordeling van een stal voor de wettelijke erkenning voor de Regeling ammoniak en veehouderij wordt ook getoetst of het systeem voldoet aan de welzijnsnormen uit het Besluit houders van dieren op basis van de Wet dieren.

In het besluit zijn voor varkens geen grenswaarden opgenomen voor de concentratie van ammoniak in de stallucht. De NVWA is begin dit jaar met inspecties gestart waarin aan de hand van signaalindicatoren zoals de concentraties CO2 en ammoniak wordt gecontroleerd of de luchtkwaliteit en het klimaat in stallen niet schadelijk is voor het welzijn van varkens. Deze werkwijze is opgenomen in de reguliere handhaving van de welzijnsregelgeving voor de varkenshouderij

Vergunning voor uitbreiding boerenbedrijven op losse schroeven 9-11-2018

Het Nederlandse programma om stikstof terug te dringen in kwetsbare natuurgebieden voldoet niet. Volgens het Europees Hof van Justitie mogen vergunningen alleen maar afgegeven worden als wetenschappelijk vaststaat dat het geen grotere milieuschade oplevert. Door dit arrest staan meer dan 200 nieuw te verlenen vergunningen voor intensieve veehouders, transportbedrijven, wegenaanleg, biomassa- en vergistingscentrales op losse schroeven.

Milieu- en natuurorganisaties en de provincies Gelderland, Limburg en Noord-Brabant procedeerden tot aan de Raad van State tegen uitbreiding van veestapels. De hoogste bestuursrechter legde de vragen voor aan het Europees Hof en is nu weer aan zet om te oordelen of het Nederlandse Programma Aanpak Stikstof (PAS) hard genoeg is of niet.

Feitelijk moet vastgesteld worden of het PAS voldoet, onder meer aan de eisen van wetenschappelijke onderbouwing. Volgens natuurbeschermingsrechtdeskundige Marieke Kaajan kan een uitspraak over de vergunningen wel 6 tot 9 maanden duren. Tot die tijd zitten boeren en bedrijven in onzekerheid.

“Het Hof legt de lat heel hoog voor het PAS en ik denk dat we dat niet redden qua herstel”, zegt Kaajan. “De minister zal er een zware dobber aan hebben om een aangepast programma op te stellen. Voorlopig zullen er dan ook geen vergunningen worden verleend.”

 

Kaalslag bij Varkensboeren 25-10-18

Verscherpte wet- en regelgeving leidt tot forse krimp veestapel

Door GERT VAN HARSKAMP

Updated 13 okt. 2018

12 okt. 2018 in FINANCIEEL

AMSTERDAM – De varkenssector wacht de komende jaren een enorme kaalslag. Van de 3500 varkensboeren zijn er in 2030 nog maar duizend over. De grootste klap valt in de periode tot 2023.

Dat voorspelt de Rabobank in een economisch sectorrapport. Vanwege de verscherpte wet- en regelgeving in Brabant, de varkensprovincie van Nederland, en de zogeheten stoppersregeling die in 2020 in werking treedt, zullen veel varkenshouders er het bijltje bij neergooien.

Dat voorspelt de Rabobank in een economisch sectorrapport. Vanwege de verscherpte wet- en regelgeving in Brabant, de varkensprovincie van Nederland, en de zogeheten stoppersregeling die in 2020 in werking treedt, zullen veel varkenshouders er het bijltje bij neergooien.

Het kabinet stelt 200 miljoen euro beschikbaar voor de sanering van de varkenssector, waarvan 120 miljoen euro bestemd is voor opkoop van varkensrechten. Door deze gesubsidieerde ’warme sanering’ van de varkenshouderij krimpt de veestapel met 5 procent, verwacht de Rabobank.

Op dit moment hebben 3500 varkenshouders gezamenlijk 4300 bedrijven, waar zij in totaal zo’n 12,4 miljoen varkens houden. Dit zijn veelal familiebedrijven. Doordat het aantal bedrijven relatief harder krimpt dan de varkensstapel, worden de overgebleven varkenshouderijen fors groter

Dierenwelzijn

Het verdwijnen van zoveel varkensboeren heeft meerdere oorzaken. Consumenten wereldwijd stellen steeds hogere eisen aan dierenwelzijn. De overheid is veel strenger bij het verstrekken van vergunningen voor uitbreiding van de stallen en het is op sommige locaties zelfs onmogelijk om uit te breiden.

Daarnaast is de varkenshouderij enorm vergrijsd. Twee derde van de varkenshouders is boven de vijftig jaar, een groot deel van hen heeft geen opvolger. Zij staan voor de keuze om fors te investeren om het bedrijf toekomstbestendig te maken, of gebruik te maken van de lucratieve stoppersregeling. Omdat de rendementen op investeringen laag zijn, zullen deze bedrijven vaak noodgedwongen stoppen.

De Nederlandse varkenshouderij is vooral afhankelijk van het buitenland. Van de Nederlandse varkensvleesproductie is de helft bestemd voor de export. Nederland is na Duitsland, Spanje en Denemarken de vierde varkensvleesexporteur van Europa. Afgelopen jaar werd 1,4 miljoen ton varkensvlees en -producten met een totale waarde van 2,7 miljard euro geëxporteerd. Daarnaast werden nog eens 10 miljoen levende dieren uitgevoerd, waarvan driekwart grenshandel is met België en Duitsland

.

Leersum tegen varkensstank 20-9-2018

Om de stankoverlast van varkens in Leersum voor een groot deel weg te nemen, moeten de nieuwe stallen van boer Rik Wesseling naar een ander deel van zijn grondgebied verhuizen. Op de huidige plek zouden dan huizen kunnen komen.
Uit Algemeen Dagblad van Bernie van Unen 20-9-2018

Dat is de oplossing voor de stankoverlast aan de Nieuwe Steeg in Leersum. Het idee is van de fractie van D66 van Utrechtse Heuvelrug. De ondernemer vecht al jaren voor uitbreiding van zijn bedrijf, maar stuit op weerstand van de buurtbewoners.

,,Als de nieuwe stallen nu worden verplaatst naar een stuk land achter de huidige plek, los je een deel van het probleem op”, zegt fractievoorzitter Hugo Prakke van D66. ,,Zeg maar tegen de Gooijerdijk aan, daar is ruimte. Als dat lukt heb je volgens mij een win-win-situatie. De boer kan uitbreiden en de buurt heeft minder last. Hij mag overigens formeel uitbreiden.”

Gevecht

Prakke vreest een gevecht dat uiteindelijk door de Raad van State wordt beslist. ,,Dat moeten we niet willen. Het kost tijd en geld. We doen een  oproep aan het college, de boer en de buurt om naar een oplossing te zoeken, bijvoorbeeld het verplaatsen van de nieuwbouw. Bovendien is er dan wellicht ruimte voor het bouwen van woningen, want die opdracht hebben we ook als gemeente.”

Boer Wesseling en de buurt liggen al enige tijd met elkaar in de clinch. De boer wil zijn veestapel uitbreiden om zijn bedrijf toekomstbestendig te maken, maar de omwonenden vrezen meer stankoverlast. Het college heeft onlangs groen licht gegeven voor de plannen van Wesseling, maar de buurt verzet zich.

Gezondheid

De buurtbewoners vrezen stankoverlast, risico’s voor de gezondheid en waardevermindering van hun huizen. De relatie tussen de boer en de leden van het Bewonerscomité Leersum-Zuid is door de zaak behoorlijk bekoeld. Wesseling beschuldigt het comité van het verspreiden van leugens.

Volgens het gemeentebestuur heeft de agrariër zijn best gedaan om aan alle wettelijke eisen te voldoen. Zo komen er nieuwe luchtwassers, een systeem dat geuren van de stallen filtert, en breekt hij een aantal stallen af. Wesseling wil geen toelichting geven en verwijst naar het gemeentelijk beraad in oktober en november.

Het comité Leersum-Zuid begrijpt de wens voor uitbreiding van Wesseling wel, maar liever niet op nog geen 100 meter afstand. Wesseling wil graag uitbreiden naar een veestapel van ruim 6100 varkens en ruim 450 koeien.

Alles stinkt 

,,Als de wind verkeerd staat kunnen we niet buiten zitten en niet met het raam open slapen”, zegt Ruud Schothorst. ,,Alles stinkt naar varkens. We hebben geen vertrouwen in de cijfers. We willen geen megastal voor de deur. Dat moet je als gemeente ook niet willen. We begrijpen dat de boer zijn bedrijf toekomstbestendig wil maken. De gemeente zit in een spagaat. Er zijn toezeggingen gedaan, maar nu de buurt zich hevig verzet, komen er twijfels.”

Rendement van combi-luchtwassers lager dan verwacht 15-6-2018

Combi-luchtwassers in stallen halen een aanmerkelijk lager rendement dan verwacht bij het verwijderen van geur en ammoniak. Dat is gebleken uit een praktijksteekproef uitgevoerd door Wageningen Livestock Research in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Fase 1: verschil in geurconcentraties

Uit het eerste onderzoek bleek dat de geurconcentraties die door het ene lab werden gemeten gemiddeld een factor 4,5 maal zo hoog lagen dan de metingen door het andere lab. Uit deze resultaten, en ook uit ander recent gepubliceerd onderzoek, blijkt dat de huidige meetmethode volgens de Europese standaard grote beperkingen kent met betrekking tot reproduceerbaarheid van metingen. De vraag is daarom aan de orde of niet op een andere wijze van geurmeting moet worden overgegaan.

Lees het rapport:

Fase 2: lager rendement combi-wassers

In de tweede fase van het onderzoek is een praktijksteekproef uitgevoerd naar de geur- en ammoniakverwijdering van luchtwassers. Hierbij werden 48 varkensbedrijven met een luchtwasser onaangekondigd bezocht en werd een geur- en een ammoniakmeting uitgevoerd. De steekproef omvatte zowel chemische wassers (16 stuks), combi-wassers (29 stuks) als biologische wassers (3 stuks).

Uit het onderzoek bleek dat de gemiddelde geur- en ammoniakrendementen bij chemische en biologische luchtwassers dicht in de buurt lagen van de waarden die in de regelgeving worden gehanteerd.

Voor de combi-wassers bedroeg de gemiddelde geurverwijdering met 40% echter slechts de helft van het verwachte reductieniveau (81%). Voor ammoniak was het verwijderingsniveau met 59% meer dan een kwart lager dan het gemiddelde verwachte prestatieniveau (85%). Naar schatting zijn 45% van alle in gebruik zijnde luchtwassers combi-wassers.

Lees het rapport:

Oorzaak verschillen tussen combi-wassers

Een belangrijke vraag is wat de oorzaak is van de grote verschillen bij combi-wassers. De onderzoekers denken dat een deel van het grote verschil in geurrendement wordt veroorzaakt doordat de normen van combi-wassers zijn gebaseerd op Duits onderzoek met geurlaboratoria die een iets andere meetmethodiek gebruiken dan in Nederland. De geurlaboratoria voldeden echter allen wel aan de geldende Europese norm voor het doen van geurmetingen. Daarnaast zijn de combi-wassers destijds getest onder iets andere omstandigheden (in Duitsland gelden andere dimensioneringscriteria voor stallen dan in Nederland), wat ook invloed zou kunnen hebben op het geur- en ammoniakrendement. Tenslotte zouden de combi-wassers technisch onvoldoende kunnen functioneren als gevolg van bijvoorbeeld niet uitgevoerd onderhoud of onvoldoende procesbewaking en processturing.

Bestaande luchtwastechnieken verbeteren

De preventie van geuroverlast door stallen is gebaseerd op regelgeving waarin prestatienormen voor het rendement van luchtwassers zijn opgenomen. Wanneer deze rendementen in de praktijk niet gehaald worden, kan dit leiden tot een te hoge belasting van de omgeving. Het is daarom van belang dat de (geur)rendementen van luchtwassers goed worden vastgesteld. De tegenvallende geurrendementen van combi-wassers in de praktijk vragen ook om verbetering van de luchtwastechniek.

 Artikel van Pers en communicatie drs. AG (Antoinette) Thijssen
Bekijk ook dit artikel van Dr. Ir. R.W.( Roland) Meise

‘De gezondheid verliest het nog steeds van het economisch belang in de landbouw 27-7-2018

Uit FD van juli 2018

Zijn buurman, een boer, praat niet meer met hem. Want oncologisch chirurg Ignas van Bebber hamert op de schadelijke gevolgen van ammoniakuitstoot door de landbouw. Gevolgen die volgens hem ernstig worden onderschat. ‘In de chirurgie moet je soms een been amputeren om de patiënt te redden. En nu moeten politici het mes gaan hanteren.’

Ignas van Bebber.Foto’s: Erik van der Burgt / Verbeeld voor het FD.

Boeren en regeringen onderhandelen sinds begin juni koortsachtig over aanpassing van het Europese landbouwbeleid. Maar voor gezondheid is in dat debat wederom geen plaats, is de teleurgestelde conclusie van Ignas van Bebber (59). Onbegrijpelijk, vindt hij: ‘De luchtvervuiling uit de combinatie van intensieve landbouw, verkeer en industrie leidt in gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid tot veel vroegtijdige sterfte. De overheid heeft daar veel te weinig aandacht voor.’

De landbouwbedrijven in Nederland zorgden vorig jaar voor een exportrecord van €91,7 mrd, volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Maar dat record heeft dus ook een ernstige keerzijde, beschrijft Van Bebber, die in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch werkt.

Hij kwam daar toevalligerwijze achter. In zijn vrije tijd zet hij zich al jaren in voor de natuur. Op die manier raakte hij in 2016 betrokken bij de dialoog over de vervuiling door mestoverschotten in Brabant.

Toen hij zich ging verdiepen in de intensieve veeteelt, schrok hij wat hij tegenkwam: overdraagbare ziekten van dier naar mens (zoönosen), zoals de door geiten verspreide Q-koorts, resistente bacteriën en schimmels door overmatig gebruik van antibiotica en fungiciden (schimmelbestrijders). Nederland kende in de periode 2007-2011 een Q-koorts-epidemie, die volgens artsen zeker 74 levens heeft gekost.

Fijnstof en longproblemen

Fijnstof is hierbij een onderbelicht item, vindt Van Bebber. Met name de intensieve veehouderij produceert veel primair fijnstof, wat leidt tot longproblemen bij omwonenden en veehouders.

Nog schadelijker is volgens hem de vorming van secundair fijnstof door chemische reacties van ammoniak met bijvoorbeeld stikstof en sulfaatverbindingen uit het verkeer en de industrie. Dit leidt tot longproblemen en hart- en vaatziekten, en geeft een verhoogde kans op longkanker, aldus de arts. ‘Zeer verontrustend is het fenomeen dat een bepaald type longkanker (adenocarcinoom) toeneemt bij mensen die nooit rookten, maar dat een relatie heeft met deze luchtvervuiling.’

Uit een rapport van het RIVM uit 2016 bleek dat meer dan de helft van de vroegtijdige sterfte door luchtverontreiniging in Europa mede komt door ammoniakuitstoot door de landbouw. De sector is goed voor 90% van de totale emissie van ammoniak.

En de Gezondheidsraad stelde begin dit jaar dat de overheid niet alleen prioriteit moet geven aan de reductie van fijnstof en stikstofdioxide uit voertuigen, maar ook moet streven naar de reductie van de emissie van ammoniak in de veehouderij.

Ook andere kruistochten

‘Maar de gezondheid verliest het nog altijd van het economische belang’, zegt Van Bebber. Hij is vastberaden in zijn pogingen daar verandering in te brengen. De oncologisch chirurg vindt dat hij als arts in actie moet komen, omdat de overheid te weinig doet.

Van Bebber is niet de eerste arts die ten strijde trekt omdat de overheid nalatig zou zijn in het beschermen van de gezondheid van de Nederlandse burger. Zo voert longarts Wanda de Kanter een kruistocht tegen de tabaksindustrie, omdat die volgens haar sigaretten bewust extreem verslavend heeft gemaakt.

Andere voorbeelden: kinderarts Nico van der Lely die waarschuwt voor gezondheidsproblemen door alcoholconsumptie van jongeren. En longarts Hans in ’t Veen die wijst op de schadelijke effecten van ultrafijnstof door de toenemende luchtvaart.

Is dat wel de taak van artsen?

‘Artsen hebben het over het algemeen al heel erg druk op hun werk. Ik ook. Daarom doe ik dit in mijn vrije tijd. Ik ben geen activist, maar wil een probleem op de kaart zetten. Als de overheid het niet doet, moeten wij als artsen echt voor de troepen uit gaan lopen. Net als vroeger, met schoon drinkwater bijvoorbeeld, en met de aanleg van goede riolering. De kwaliteit van het milieu is door de landbouw gewoon keihard aangetast. Ten faveure van de economie.’

Van Bebber richtte met enkele medisch specialisten het Artsenforum Gezondheid, Natuur en Milieu op om meer aandacht te vragen voor de effecten van de landbouw op onze gezondheid. Hij ijvert voor de instelling van een onafhankelijke groep milieuartsen en medisch specialisten die de overheid gaat adviseren over de staat van de gezondheid van ons milieu.

Hoe hard zijn de bewijzen voor een relatie tussen intensieve landbouw en het ontstaan van bepaalde ziekten zoals kanker?

‘Die zijn niet 100% als je zou willen stellen dat indien Bertha 23 een poepje laat en er een ammoniakmolecuul ontsnapt dat direct bij iemand longkanker veroorzaakt. Wat je wel kunt stellen is dat landbouw en veeteelt voor luchtvervuiling zorgen. En er bestaat een heel duidelijk verband tussen luchtvervuiling en longziekten, longkanker en hart- en vaatziekten.’

‘Intrigerend is dat uit internationaal onderzoek blijkt dat de boeren zelf minder kans hebben op longkanker, maar daarentegen wel een duidelijk verhoogde kans hebben op kanker van de alvleesklier, endeldarm, schildklier, hersenen alsmede melanoom en leukemie. Erg confronterend, als ik me nu realiseer dat vijf van de zeven veehouders uit eigen en aangetrouwde familie zijn overleden aan een van deze vormen van kanker.’

‘Ook nitraatvervuiling van ons grondwater leidt tot verhoogde kans op darmkanker. Inmiddels zijn 21 grondwaterwinvelden gesloten of aangepast.’

Maar die luchtvervuiling komt niet alleen door de landbouw.

‘De uitstoot van auto’s, industrie en bijvoorbeeld scheepvaart draagt daar natuurlijk ook aan bij. Maar maatregelen in de jaren negentig van de vorige eeuw hebben al tot een behoorlijke reductie geleid. De vermindering van koolmonoxide, stikstof- en sulfaatoxiden gaat gestaag door, maar de ammoniakuitstoot stabiliseert op hoog niveau. Daardoor zet een duidelijke daling van fijnstof niet echt door.’

Maatregelen om stallucht te zuiveren van ammoniak via zogenoemde luchtwassers blijken onvoldoende te helpen, zo constateerde de Universiteit Wageningen in april. Tv-programma Nieuwsuur meldde dat de dure apparatuur soms blijkt nagemaakt. Daarbij toonden steekproeven al aan dat veel boeren de luchtwassers niet willen gebruiken, zegt Van Bebber.

‘Stank is een waarschuwingssignaal’, merkt de arts op. ‘Uit verschillende onderzoeken was al gebleken dat die luchtwassers lang niet altijd opleveren wat is beloofd. Maar de overheid heeft nog niets met die informatie gedaan.’

U praat ook veel met boeren. Hoe verloopt dat contact?

‘Lastig. Bij discussieavonden met burgerplatforms, boeren en politici blijken toch altijd weer de enorme tegengestelde belangen. Je kunt nog zoveel bewijs aandragen, maar emotie dreigt het dan toch weer te winnen van de rede.’

Van Bebber woont zelf ook in de buurt van verschillende landbouwbedrijven. Zijn buurman, een boer, praat inmiddels niet meer met hem. ‘Dat is natuurlijk jammer, maar algemeen belang gaat voor persoonlijk belang.’

Wat moet er volgens u veranderen in de landbouw?

‘We moeten ons realiseren wat de feiten zijn, en hoe de huidige problematiek zich heeft kunnen ontwikkelen. Door de Universiteit Wageningen is Nederland wereldwijd toonaangevend in de landbouw. Hulde. Maar in 2017 concludeerde dezelfde universiteit dat we in intensivering, schaalvergroting en gewasbescherming zijn doorgeschoten.’

‘Wij voeden heus de wereld niet. Nederland is slechts verantwoordelijk voor 1% van de wereldvleesproductie, en voor 1,5% van de zuivelproductie. Driekwart van onze agrarische productie gaat naar Noordwest-Europa. Daar bestaat echt geen hongersnood.’

‘De vleesexport bedraagt minder dan €7 mrd, voor zuivel geldt hetzelfde. Dat is 15% van de totale export van onze agribusiness. Let wel, je hebt het over omzet, niet over winst. En bedenk, het mestoverschot en de gerelateerde dure gezondheidsschade blijft voor 100% in Nederland.’

En de politiek?

‘Gezondheid van mens, natuur en milieu is een kernwaarde. Politici moeten uit hun partijpolitieke keurslijf stappen, en de juiste beslissingen nemen. Forse reductie van de veestapel, sanering van veehouderijen en verplaatsing van bedrijven naar andere delen van Europa zijn een oplossing aan de bron. In de chirurgie moet je soms een been amputeren om de patiënt te redden. En nu moeten politici het mes gaan hanteren.’