Zitting bij de Raad van State 10-3-2020

Op 9 maart 2020 was de zitting bij de Raad van State (RvS) over het beroep van Wesseling tegen de weigering van de gemeente om een wijziging van het bestemmingsplan vast te stellen, die is vereist voor de door hem gewenste uitbreiding van zijn bedrijf.

Aanwezig waren de Familie Wesseling te weten Adri, Jochem en Rik, alsmede Mevr. Zwiers (ARAG), die de familie juridische bijstand verleende.
Van de gemeente UH was de heer Vreeker, juridisch medewerker, aanwezig, bijgestaan door de heer Klaver, eveneens jurist.
De “derde” belanghebbenden werden vertegenwoordigd door de advocaat van het Bewonerscomité Leersum-Zuid en Dorp & Natuur Amerongen-Leersum, Mevr A. Klijn en haar medewerker de heer Pim Oremans
Van de “derde” belanghebbenden” woonden er twaalf de zitting bij, waaronder vertegenwoordigers van het Bewonerscomité en Dorp & Natuur.

Allereerst werd door de RvS aan Rik Wesseling/zijn advocaat gevraagd, waarom hij in beroep was gegaan tegen het besluit van de gemeenteraad om geen wijziging van het bestemmingsplan toe te staan. Daarop werd door hen geantwoord dat de gemeente en de Provincie steeds een positieve houding hadden getoond bij de ontwikkeling van zijn bedrijfsplan. Telkens zou door gemeente UH en provincie UT aanpassing van het plan zijn verlangd en aangebracht, pas in de laatste fase zou de gemeente de noodzakelijke wijziging van het bestemmingsplan hebben afgewezen.

Volgens de heer Wesseling/zijn advocaat zou de verwachting zijn gewekt en het vertrouwen gecreëerd, dat de bestemmingsplanwijziging wel in orde zou komen. Echter, op basis van de PVR 2016 bleek dit niet meer mogelijk.  Wesseling had verwacht, dat in de PRV 2016 ook overgangsrecht was opgenomen, en dat hij daar aanspraak op kon maken omdat hij zijn plannen steeds op tijd had ingediend. De RvS antwoordde daarop dat in de PRV 2016 geen overgangsrecht was opgenomen. Ook wees de RvS erop, dat de gemeenteraad het hoogste orgaan in de gemeente is en het recht heeft om  voorstellen van het college van B&W af te keuren.
Door onze advocaat Mevr. Klijn werd verwezen naar de stukken van o.a. advocatenkantoor van der Feltz waarin duidelijk wordt uitgelegd, dat door Wesseling geen aanspraak op overgangsrecht kan worden gemaakt.

Door de heer Vreeker (UH) werd gemeld, dat wel degelijk aan de heer Wesseling is verteld, dat er vanwege de PRV 2016 risico’s zaten aan zijn project.
Door onze advocaat Mevr. Klijn werd ook opgemerkt, dat het ontwerp PRV 2016 maanden ter inzage heeft gelegen, dat er ook voorlichtingssessies zijn geweest, maar dat Wesseling geen zienswijze heeft ingediend noch heeft ingesproken.

Op vragen over de hoeveelheid uitstoot in de nieuwe bedrijfssituatie antwoordde Wesseling, dat de uitstoot geringer zou worden. Door mevr. Klijn werd verwezen naar stukken, die zij meerdere keren heeft ingebracht, waarin wordt onderbouwd dat de uitstoot niet lager wordt en waarop nooit een reactie is gekomen.

Op de vraag waarom de heer Wesseling zijn bedrijf niet naar een LOG ( landbouw ontwikkelingsgebied) wil verplaatsen, werd door hem geantwoord, dat zijn boerderij heel uniek is, een gemengd bedrijf met koeien en varkens, waarvoor in het aangeboden ontwikkelingsgebied geen plek te vinden zou zijn met voldoende weiland voor zijn koeien.

De heer Wesseling betoogde dat zijn plan ook uit oogpunt van dierenwelzijn een verbetering is, omdat de varkens in de nieuwe stal meer ruimte kregen.
Mevrouw Klijn benadrukte nog dat de bestaande gemengde veehouderij van de heer Wesseling alleen al wat betreft het aantal van 240 melkkoeien tot de grootste van de provincie Utrecht behoort, waar de gemiddelde aantal melkkoeien 70 is.

De Raad van State zou alle informatie uitvoerig bekijken en de uitspraak kan men over ca 6 weken verwachten

Er was ook een journalist aanwezig van het vakblad Agraaf die een verslag heeft gemaakt.

Deze vindt u hier  https://www.agraaf.nl/artikel/240177-veehouderij-aan-rand-leersum-vreest-uitsterfconstructie-door-houding-gemeente/