Kaalslag bij Varkensboeren 25-10-18

Verscherpte wet- en regelgeving leidt tot forse krimp veestapel

Door GERT VAN HARSKAMP

Updated 13 okt. 2018

12 okt. 2018 in FINANCIEEL

AMSTERDAM – De varkenssector wacht de komende jaren een enorme kaalslag. Van de 3500 varkensboeren zijn er in 2030 nog maar duizend over. De grootste klap valt in de periode tot 2023.

Dat voorspelt de Rabobank in een economisch sectorrapport. Vanwege de verscherpte wet- en regelgeving in Brabant, de varkensprovincie van Nederland, en de zogeheten stoppersregeling die in 2020 in werking treedt, zullen veel varkenshouders er het bijltje bij neergooien.

Dat voorspelt de Rabobank in een economisch sectorrapport. Vanwege de verscherpte wet- en regelgeving in Brabant, de varkensprovincie van Nederland, en de zogeheten stoppersregeling die in 2020 in werking treedt, zullen veel varkenshouders er het bijltje bij neergooien.

Het kabinet stelt 200 miljoen euro beschikbaar voor de sanering van de varkenssector, waarvan 120 miljoen euro bestemd is voor opkoop van varkensrechten. Door deze gesubsidieerde ’warme sanering’ van de varkenshouderij krimpt de veestapel met 5 procent, verwacht de Rabobank.

Op dit moment hebben 3500 varkenshouders gezamenlijk 4300 bedrijven, waar zij in totaal zo’n 12,4 miljoen varkens houden. Dit zijn veelal familiebedrijven. Doordat het aantal bedrijven relatief harder krimpt dan de varkensstapel, worden de overgebleven varkenshouderijen fors groter

Dierenwelzijn

Het verdwijnen van zoveel varkensboeren heeft meerdere oorzaken. Consumenten wereldwijd stellen steeds hogere eisen aan dierenwelzijn. De overheid is veel strenger bij het verstrekken van vergunningen voor uitbreiding van de stallen en het is op sommige locaties zelfs onmogelijk om uit te breiden.

Daarnaast is de varkenshouderij enorm vergrijsd. Twee derde van de varkenshouders is boven de vijftig jaar, een groot deel van hen heeft geen opvolger. Zij staan voor de keuze om fors te investeren om het bedrijf toekomstbestendig te maken, of gebruik te maken van de lucratieve stoppersregeling. Omdat de rendementen op investeringen laag zijn, zullen deze bedrijven vaak noodgedwongen stoppen.

De Nederlandse varkenshouderij is vooral afhankelijk van het buitenland. Van de Nederlandse varkensvleesproductie is de helft bestemd voor de export. Nederland is na Duitsland, Spanje en Denemarken de vierde varkensvleesexporteur van Europa. Afgelopen jaar werd 1,4 miljoen ton varkensvlees en -producten met een totale waarde van 2,7 miljard euro geëxporteerd. Daarnaast werden nog eens 10 miljoen levende dieren uitgevoerd, waarvan driekwart grenshandel is met België en Duitsland

.